* Yakon zijn eetbare knollen, zijn bruin/rood en lijken op langwerpige aardappels.
*Deze kunnen in schijfjes gefrituurd worden, gewokt of gekookt.
*Rauw smaken ze fris en zoet, de smaak ligt tussen een appel, peer en watermeloen.
*Van de bladeren kan men ook thee zetten.
Gebruik de yakon rauw in je salades, zo kan je volop genieten van zijn zoete smaak. Gewoon even schillen en in blokjes of staafjes snijden. Je kan hem ook stoven, bakken of wokken. Hij behoudt zijn knapperige textuur maar de smaak wordt iets milder.
Je kan de yakonknollen enkele maanden bewaren op een koele, donkere plaats. Hoe langer je ze bewaart, hoe zoeter ze worden.
De yakon zit boordevol antioxidanten, kalium en probiotica. Hij bevat ook inuline, een vorm van suiker die een positief effect heeft op de spijsvertering en niet wordt opgenomen door ons lichaam. Doordat de knol een lage glycemische waarde heeft, is hij zeer geschikt voor diabetici. Omdat hij voor 90 % bestaat uit water bevat hij ook weinig calorieën.
Herkomst:
Yakon komt oorspronkelijk uit het Andesgebergte, bloeit met gele bloemen maar zal in ons klimaat zelden bloeien.
Teelt:
De plant produceert twee soorten knollen, rode broedknollen die gebruikt worden om te vermeerderen. Bewaar enkele knollen vorstvrij voor het volgend jaar, zodat ze volgende lente in mei weer uitgeplant kunnen worden.
Wanneer het blad vergaat in de late herfst kan men de knollen voor de vorst rooien.
Het wordt een forse plant en heeft een lang groeiseizoen nodig.
Vroeg in het seizoen voorkweken in een kasje is aan te bevelen.
Yakon houdt van warmte en vocht.


